'Als je aardig bent, wordt wat je maakt extra mooi'

 

Nonchalant was hij als puber, verschrik-ke-lijk nonchalant. Maar Floris van Bommel groeide op in een ondernemersfamilie en in zijn opvoeding stond discipline centraal. "Het bedrijf is het belangrijkste. Niet de familie Van Bommel."

 

Les 1 Het komt altijd vanzelf weer goed

 

"Ik maak me niet snel druk. Als kind al vond ik alles goed. Mijn broer Reynier en ik waren een keer stout geweest. Mijn moeder stuurde ons voor straf zonder eten naar bed. Reynier vond dat verschrikkelijk, die lag te huilen op zijn kamertje. Toen mijn moeder ons uit mededelijden een boterham kwam brengen, begon Reynier nóg harder te huilen. En ik riep alleen maar: lekker, worst! Als puber was ik nonchalant. Echt verschrik-ke- lijk nonchalant. Ik heb mijn moeder regelmatig tot wanhoop gedreven. Ze heeft ooit de boekenkast op mijn kamer omver getrokken.

 

Deze zomer ging ik naar een concert in El Paso. De taxichauffeur zette me per ongeluk verkeerd af, vijf mijl van waar ik moest zijn. Stond ik daar in mijn uppie. In de verre omtrek geen taxi te bekennen, het was dik veertig graden, lopen was geen optie. Dan is er direct dat stemmetje in mijn hoofd dat - bijna lachend - zegt: linksom of rechtsom, ik ben straks wel bij dat concert.Is er op het werk iets aan de hand, dan houd ik eerst mijn mond. Als iedereen is uitgeraasd, maak ik een relativerende opmerking en probeer ik met een oplossing te komen. Mijn broers zitten anders in elkaar, maar ze kunnen het prima hebben. Het werkt goed, hoor, tussen ons drieën."

 

Les 2 Wees gedisciplineerd

 

"De rode draad in onze opvoeding. Eerst nadenken, dan pas doen. Als jongetjes bij ons in de buurt iets wilden hebben, dan kregen ze het meteen. Mijn broers en ik niet. Ik herinner me dat we een op afstand bestuurbare auto wilden kopen. Daar moesten we eerst een paar weken over nadenken, ook al hadden we genoeg gespaard. Even later wilden we natuurlijk een ander stuk speelgoed en dan zei mijn vader: goed dat je erover hebt nagedacht.

 

Mijn vader heeft ons geleerd dat de voortgang van het bedrijf het allerbelangijkste is. Niet de familie Van Bommel. Dat is hier nog steeds de cultuur. Het motto in de fabriek is: niks komt uit de lucht vallen, er moet wel hard voor worden gewerkt. Als ik hier tot tien uur 's avonds zit te buffelen, dan moet dat gewoon. Precies tien jaar geleden ging mijn vader met pensioen. Hij is nog steeds enorm geïnteresseerd. Het liefst zou hij elke dag bellen: zijn er nog spectaculaire dingen? En wij maar nadenken, of we nog iets leuks voor hem hebben."

 

Les 3 Don't suck

 

"Bij een concert van Killswitch Engage -Howard Jones was toen nog de zanger - mochten fans in de zaal vragen stellen. Iemand vroeg: ik ben ook met een bandje bezig, hoe word ik succesvol? 'Eh...eh...', antwoordde Howard, 'you shouldn't suck'. Ik vertaal dat met: zorg dat je jezelf kent. Onderzoek wat je kunt, wat je leuk vindt. Dan word je goed in wat je ook doet. En: probeer aardig en sympathiek te zijn. Mijn favoriete bands zijn zonder uitzondering verschrikkelijk sympathiek. Grote mensen, met fantastische werken. Als je vriendelijk bent en aardig, wordt alles wat je maakt extra mooi. Mijn vader heeft nooit gezegd: jij komt in het bedrijf. Daarom heb ik ook niet de druk gevoeld om te blijven doen wat we altijd al deden: de klassieke herenschoen, met de klassieke marketing.

 

Op mijn eerste dag bracht mijn vader me naar een hok zonder ramen, zette een paar mappen op tafel en zei: begin maar. Superior shoes, imagine the ultimate, dat was mijn vader z'n ding. In zijn tijd werkte dat heel goed.We hebben in het begin sponsoring van een golftoernooi overwogen. Maar ik heb niks met golf, ik heb er echt de ballen verstand van. We zijn steeds meer gaan doen wat ik leuk vind.Vorig jaar sponsorden we een metal band, de beste van Nederland, want daar heb ik dus wél verstand van. Metal slaat niet echt aan bij onze doelgroep. En toch werkt het. Want iedereen voelt wél: dit is bedacht door iemand die het naar zijn zin heeft.We verzinnen de gekste dingen, zoeken de grens op. Maffe teksten op labels, stapels blikken in de winkel en grote banners met de tekst: win een jaar lang blikvoer!

 

Deze zomer hadden we een Indiase dansband op de Bread&Butter-beurs in Berlijn, die hebben drie dagen lang de rubber zolen van onze schoenen laten smeulen.Een ander bedrijf schiet in een kramp bij de gedachte, die kiezen weer voor de schaal met plakjes leverworst.Mijn vader snapt ook niet altijd wat we doen, maar hij is ondernemer genoeg om het mechanisme, de gedachte erachter te zien."

 

Les 4 Wat gij doet, doet dat goed

 

"Om deze tekst - hij staat op een oude plafondbalk in de fabriek - draait alles. Mijn broers en ik voelen een grote verantwoordelijkheid voor het bedrijf. Een paar honderd mensen zijn ervan afhankelijk. In Portugal laten we jaarlijks zo'n driehonderdduizend paar schoenen maken. Hier in Moergestel werken honderdvijftig mensen, vaak van generatie op generatie.Van Bommel is een familiebedrijf met allemaal kleine familiebedrijfjes erin. We zijn een sociaal bedrijf. We zorgen goed voor onze mensen. Bij problemen doen we veel moeite om ze aan het werk te houden. Dat was óók mijn vaders stijl. Bij een heleboel andere bedrijven is de werkwijze anders, maar een harde cultuur, die kan ik me hier niet voorstellen. Winnen is voor losers, maar aan verliezen heb ik een hekel. In het werk is het ook zo. Geld verdienen vind ik niet zo belangrijk. Van die zakenmannetjes die alleen maar werken om in een grote Audi te kunnen rijden... ik snap dat niet.

 

Ik wil de dingen op de mooiste manier doen. Ik wil de mooiste schoenen maken, waarnaar je langer dan twee seconden kunt kijken. Mijn schoenen vertellen een mini-verhaaltje. Tijdens vergaderingen verveel ik me en dan ga ik tekenen. Dingen voor op de zool. Een paard met vijf benen, waaruit andere kriebelige beestjes groeien. Of deze: een kip, een paar pijlen en een olijf. Kip is 'kiep' op z'n Brabants, die pijlen wijzen naar de zool. Kiep de zool olijf. Niemand snapt het meteen, hahaha. Dat vind ik nou leuk.

 

Kwaliteit telt zwaar. Van Bommel heeft daaraan nooit concessies gedaan. Alle andere schoenfabrieken wel, en wij hebben als enige elke crisis overleefd. Onze schoenen zijn nog steeds gevoerd met kalfsleer, behalve de sneakers. We zullen nooit rommel op de markt brengen. Vier jaar geleden zijn we op uitnodiging van een enthousiaste ondernemer in China geweest. We kregen een rondleiding in een schoenenfabriek. Ze snappen gewoon niet wat kwaliteit is, er is geen enkele betrokkenheid bij het bedrijf en het product. We hebben nog wel een proefserie sneakers laten maken. Klopte niks van. Ze hadden er een soort Pipo-schoen van gemaakt, met een grote, knalrode neus in plaats van een rood suède biesje. Bij ons in de fabriek zou iedereen meteen zeggen: ho, stop, dat kán niet kloppen. Als er een stikseltje scheef zit, dan wordt die schoen er al direct tussenuit gehaald."

 

Les 5 Na mijn coming-out is alles een eitje

 

"Ik was 23. Eerder kon niet. Het is het moeilijkste wat ik ooit heb gedaan. Op de middelbare school wáren geen homo's, dat bestond niet. Het was een gigantisch geheim. Dat geheim hoorde bij mijn eigen wereldje, een wereldje waarin ik mezelf was en kon ontsnappen. Later voelde uit de kast komen als karakterzelfmoord; ik paste altijd precies in het systeem, ik was één met de jongens. Dat moest zo blijven. Ik was bang dat ik een spelbreker zou zijn. Dat het opeens niet meer was: daar heb je Floris, die jongen die zo van voetbal houdt, maar: daar heb je die homo.

 

Toen ik voor anderhalf jaar naar het buitenland zou gaan, dacht ik: dat trek ik zo lang niet, dan moet het nu maar. Niemand had ooit ook maar een vermoeden gehad. Het schokeffect was groot. Mijn broers heb ik het verteld net voordat we naar de film gingen. Ze dachten eerst dat ik een grap maakte, haha. Maar het was allemaal prima. Mijn ouders reageerden heel lief. Mijn vader zat in de kamer aan de tafel te werken. Hij keek op en zei: 'maar jóngen toch'. Superschattig vond ik dat. Uit zijn reactie sprak zo veel bezorgdheid, zo veel gevoel voor mij, zo van: waar heb jíj nou toch de hele tijd mee rondgelopen? Zijn reactie, in die split second... dat vond ik mooi om mee te maken. Ik heb ervaren dat er ook een ander soort reactie is. Er zijn ook mensen die vanuit zichzelf reageren. Die zeggen: oh, maar dat vind ik niet erg, ik zit daar niet mee. Mijn coming-out was een vreemde ervaring. Opeens was mijn geheim weg, alsof de mensen aan wie ik het vertelde aan de haal gingen met mijn onzichtbare vriend. Je hoort wel van ontvoerde mensen dat ze van hun kidnapper zijn gaan houden; zo'n soort gevoel. Dat ik zo laat uit de kast ben gekomen, heeft er ook voor gezorgd dat ik goed mijn eigen boontjes kan doppen, dat ik een zelfstandig denker ben geworden. Als er werd gezegd: 'homo's zijn vies', dan dacht ik: ik denk niet dat dat zo is."

 

Les 6 Verruim je horizon

 

"Hennie van der Most is mijn favoriete ondernemer. Die man gelooft heilig in zijn eigen realiteit, die vertimmert gewoon een oude aardappelmeelfabriek tot de grootste overdekte speeltuin van Europa.

 

Een jaar of acht geleden heb ik hem ontmoet, samen met Reynier. We hadden een lezing gehouden voor zijn ondernemersclub en de dag daarna nam hij ons mee in zijn helikopter, langs een paar van zijn projecten.Volgens mij dacht hij: die schoenfabriek, dat kan wel wat worden, maar die jongens van Van Bommel moeten nog wel even voorbij de horizon leren kijken, ik zal ze eens laten zien wat écht groot denken is.Ik onderzoek wat ik kan doen. Dan verzin ik iets en ben ik verbaasd; hé, bizar, nog nooit gedaan en het kán! Soms bedenk ik iets waarvan ze in de fabriek zeggen: dat kan niet. Dan zeg ik: ja, maar ik wil het. En dan kan het toch, haha. 

 

Deze zomer ben ik in mijn eentje met vakantie naar Amerika geweest. Ik heb in zeven staten zeven concerten bezocht. Het was zó gaaf! Misschien was ik licht gespannen bij vertrek. Op mensen afstappen, dat is een kunst die ik niet altijd heb beheerst. Maar het waren de meest sociale weken sinds heel lang. Ik ben nog nooit zo veel leuke mensen tegen gekomen."

 

Floris van Bommel (1975) is met zijn broers Reynier (1973) en Pepijn (1979) de negende generatie in Schoenfabriek van Bommel in Moergestel. Hij studeerde aan TMO Hogeschool voor Modemanagement. Schoenen ontwerpen leerde hij aan de ArsSutoria in Milaan. Hij liep stage in Frankrijk, Portugal en Italië, onder meer bij Area Forte, de schoenfabriek van de familie Foresi. Op 24-jarige leeftijd begon Floris als schoenontwerper en hoofd communicatie bij Schoenfabriek van Bommel. Sinds 2009 is hij als creatief directeur verantwoordelijk voor de collectie en de marketing. Reynier en Pepijn zijn respectievelijk algemeen en commercieel directeur.